Geen zonnestraal beschijnt de lege bomen

De dunne takken wiegen in de wind

De lucht is grauw alsof er regen gaat komen

Aan de overkant van de straat voor 't hoge raam 

 

Staat een kind en wiegt haar pop zoals moeder 't doet

En verderop niet ver van 't einde van de straat

Een verdrietige vrouw met een bleke toet

Die met een triest gebaar haar tranen wegvegen laat 

 

Zwaait naar de man die met zware koffers het huis uit gaat 

Alles is stil , en in de stilte zie ik de rode daken 

Voel het vuur door aders stromen dat 't bloed doet ontwaken

 

 Terwijl ik op deze rustige zondagmiddag nadenk over 't leven

Zo kort de tijd op d' aard aan ons gegeven om zonder te beven

In vrijheid te  leven van al  't mooie door God ons gegeven